Rotator-cuffafwijkingen op MRI: vaker regel dan uitzondering?
Rotator-cuffafwijkingen op MRI: vaker regel dan uitzondering?
Een recente Finse studie in JAMA Internal Medicine (feb 2026) zet vraagtekens bij de waarde van MRI bij atraumatische schouderklachten.
Onderzoekers maakten een 3T-MRI van beide schouders bij 602 deelnemers (41-76 jaar) uit een representatieve bevolkingscohort. De uitkomsten zijn opvallend:
Bij 98,7% werd minstens één rotator-cuffafwijking gevonden
62% had een partiële scheur, 11% een volledige scheur
De prevalentie was vrijwel gelijk bij mensen mét (98%) en zónder (96%) schouderklachten
Zelfs het merendeel van de volledige scheuren bleek asymptomatisch
De conclusie: veel cuff-afwijkingen lijken eerder leeftijdsgebonden veranderingen dan de oorzaak van klachten. Routinematige beeldvorming bij niet-traumatische schouderpijn draagt het risico op overdiagnostiek en overbehandeling.
Dit sluit aan bij de NHG-standaard Schouderklachten, die ook bij echografie de eerste 3 maanden terughoudendheid adviseert bij subacromiale klachten.
In de praktijk merk ik wel dat die 3 maanden wachten vóór een echografie soms lang is, en niet altijd makkelijk uit te leggen aan een patiënt die pijn heeft en antwoorden zoekt. De verleiding — bij arts én patiënt — om sneller naar beeldvorming te grijpen, is begrijpelijk. Tegelijk laat dit onderzoek zien dat zo'n scan vaak méér vragen oproept dan beantwoordt: een gevonden 'afwijking' is bij deze leeftijdsgroep namelijk vaak gewoon een normaal verouderingsverschijnsel. Goede uitleg, verwachtingsmanagement en gericht inzetten op functioneel herstel blijven daarmee de hoeksteen — ook al voelt dat soms ongemakkelijk. Indien een echografie van de schouder noodzakelijk is kan dit gebeuren in de HAP.GENT praktijk. Doorverwijzing naar radioloog is in eerste instantie niet nodig . Snellere diagnose , betere zorg ! U kan online een afspraak maken