Top 3 verwerkers van luchtweginfecties in 2025
LABO-UPDATE
Respiratoire pathogenen in 2025: wat moet u weten?
Overzicht van PCR-diagnostiek, sputumcultuur en resistentiepatronen — met praktische aanbevelingen voor het beleid
Het respiratoir seizoen 2025–2026 is volop aan de gang. In dit overzicht vatten we de belangrijkste trends samen uit onze PCR-diagnostiek en sputumculturen, aangevuld met actuele resistentiegegevens. Deze informatie helpt u bij het stellen van een gerichte diagnose en het kiezen van de juiste empirische therapie.
Virale verwekkers: PCR-trends in 2025
Influenza A, RSV en rhinovirus zijn de drie vaakst aangetroffen virale pathogenen in respiratoire stalen via PCR. Elk virus volgt daarbij zijn eigen seizoenspatroon:
Influenza — De piek van het griepseizoen 2024–2025 viel rond eind januari/begin februari 2025. Het nieuwe seizoen 2025–2026 is in december 2025 opnieuw op gang gekomen, met stijgende PCR-positiviteit richting de vroege winter van 2026 (1).
RSV — Het RSV-seizoen 2025–2026 startte vanaf oktober 2025, met de verwachte piekactiviteit in november–december, richting begin 2026 (1). Denk aan RSV bij zuigelingen en ouderen met acute bronchiolitis of verergering van COPD.
SARS-CoV-2 — De PCR-positiviteit voor COVID-19 bleef in 2025 overwegend laag tot matig, zonder de uitgesproken pieken van de acute pandemieperiodes (1). Bij een klinisch vermoeden blijft testen wel zinvol, vooral bij risicopatiënten.
Bacteriële diagnostiek via PCR
Bij bacteriële respiratoire infecties zijn Haemophilus influenzae en Streptococcus pneumoniae de meest frequent met PCR aangetroffen verwekkers.
Sputumcultuur: isolaten en resistentie
Uit sputumculturen worden vooral H. influenzae, Staphylococcus aureus, Moraxella catarrhalis en Pseudomonas aeruginosa geïsoleerd.
Waarom verschilt PCR van kweek?
Een opvallend voorbeeld: S. pneumoniae wordt in slechts 7% van de sputumstalen in cultuur teruggevonden, tegenover 14% via PCR. Dit verschil is te verklaren door de hogere sensitiviteit van PCR, de detectie van bacterieel DNA na reeds gestarte antibioticatherapie, en het meedetecteren van kolonisatie. Een kweek laat immers enkel levende bacteriën groeien.
Resistentiepatronen in de praktijk
H. influenzae — In ons laboratorium bedraagt de resistentie tegen amoxicilline 18% (β-lactamase-positief), wat overeenkomt met het Belgische cijfer. De resistentie tegen co-trimoxazol ligt rond 10%, tegen ciprofloxacine onder 1%, en internationale gegevens tonen voor azithromycine doorgaans een lage resistentie van 1–2% (2, 3).
S. pneumoniae — Er zijn géén penicilline-resistente stammen geïsoleerd. De macrolidenresistentie bedraagt 15%, de fluorchinolonenresistentie 5%.
M. catarrhalis — De resistentie tegen macroliden bedraagt 13%, tegen fluorchinolonen 17%.
Therapeutische aanbevelingen
Amoxicilline blijft het eerstekeusantibioticum bij lage luchtweginfecties. Bij een bewezen penicilline-allergie is cefuroxim een geschikt alternatief bij kinderen, en moxifloxacine bij volwassenen.
Blijft klinische verbetering uit binnen 48 uur? Overweeg dan een atypische pneumonie (Mycoplasma pneumoniae of Chlamydophila pneumoniae) en voeg een macrolide (azithromycine) toe aan de behandeling (4).
Samengevat voor de dagelijkse praktijk
• Eerste keuze lage luchtweginfectie: amoxicilline
• Penicilline-allergie: cefuroxim (kind) / moxifloxacine (volwassene)
• Geen verbetering na 48u: overweeg atypische pneumonie → voeg azithromycine toe
• Wens u een antibiogram? Vraag bij een positieve PCR apart een cultuur aan
Vragen over antibiotica beleid bij luchtweginfecties ? Contacteer onze huisartsenpraktijk HAP.GENT
Referenties
1. Sciensano. Wekelijkse rapporten respiratoire surveillance, 2025–2026.
2. EUCAST. Breakpoint tables for interpretation of MICs and zone diameters, versie 2025.
3. Belgisch Nationaal Referentiecentrum voor antimicrobiële resistentie. Surveillancerapport 2024–2025.
4. BAPCOC. Aanbevelingen voor antimicrobiële behandeling in de ambulante praktijk, 2024.