Zink: wanneer aan een tekort denken, en wanneer zijn supplementen zinvol?
Zink: wanneer aan een tekort denken, en wanneer zijn supplementen zinvol?
Zink speelt een rol bij onze afweer, wondgenezing, huid en smaakzin. Ons lichaam heeft er maar kleine hoeveelheden van nodig. Toch kan een tekort klachten veroorzaken. Wanneer is een bloedonderzoek nuttig? En waarom is zomaar een zinksupplement nemen niet altijd een goed idee?
Wat doet zink in ons lichaam?
Zink is een essentieel spoorelement: we moeten het via onze voeding opnemen. Het helpt bij de werking van talrijke enzymen en bij de aanmaak en het herstel van cellen. We hebben het onder meer nodig voor een normale afweer, de genezing van wonden en een goede smaakzin. Ook tijdens de groei en ontwikkeling is zink belangrijk.
In welke voeding zit zink?
Zink komt onder meer voor in vlees, schaal- en schelpdieren, zuivel en eieren. Ook peulvruchten, noten, zaden en volkorenproducten leveren zink.
Bij een volledig plantaardig voedingspatroon verdient de zinkinname extra aandacht. Vooral volkorengranen, peulvruchten, noten en zaden bevatten namelijk ook fytaten, stoffen die de opname van zink in de darm kunnen verminderen. Weken, kiemen of fermenteren, zoals bij zuurdesembrood, verlaagt het fytaatgehalte. Dat betekent niet dat vegetariërs of veganisten automatisch een tekort hebben. Een gevarieerde en goed samengestelde voeding blijft het uitgangspunt.
Welke klachten kunnen op een tekort wijzen?
Een zinktekort kan zich op verschillende manieren uiten, bijvoorbeeld door:
wondjes die moeilijk genezen;
huidontsteking of huiduitslag;
haaruitval;
verminderde smaak of reuk;
aanhoudende diarree;
bij kinderen: een vertraagde groei.
Geen van deze klachten bewijst op zichzelf een zinktekort. Haaruitval, huidproblemen en smaakveranderingen hebben vaak andere oorzaken. Een supplement nemen zonder de oorzaak te onderzoeken kan daardoor de juiste aanpak vertragen.
Een tekort wordt waarschijnlijker wanneer zulke klachten samengaan met een beperkte voedselinname, chronische darmproblemen of andere risicofactoren.
Wie heeft een groter risico?
Sommige mensen nemen onvoldoende zink op of verliezen er meer van. Dat kan voorkomen bij ondervoeding, een sterk eenzijdig dieet, chronisch overmatig alcoholgebruik of darmziekten zoals coeliakie en de ziekte van Crohn. Ook na bepaalde vermageringsoperaties kan de opname verminderd zijn. Daarnaast lopen ouderen met een beperkte eetlust, mensen met een chronische nier- of leverziekte en mensen die bepaalde geneesmiddelen gebruiken, zoals sommige plasmiddelen, een groter risico.
In die situaties bekijken we niet alleen de mogelijke tekorten, maar ook de onderliggende oorzaak.
Wanneer is een bloedonderzoek zinvol?
Een zinkbepaling kan helpen wanneer klachten en risicofactoren een tekort doen vermoeden. Bij iemand zonder klachten of bijzondere risicofactoren is het doorgaans geen standaardonderdeel van een bloedonderzoek.
De interpretatie vraagt aandacht. Een lage zinkwaarde betekent niet altijd dat het lichaam werkelijk een tekort heeft. Tijdens een infectie of ontsteking kan de concentratie in het bloed tijdelijk dalen. Ook een laag albuminegehalte, een eiwit dat zink in het bloed vervoert, kan de uitslag beïnvloeden. Omgekeerd sluit een normale waarde een beperkt tekort niet altijd uit.
Daarom beoordelen we de zinkwaarde samen met de klachten, voeding, medicatie en zo nodig andere bloedwaarden, zoals CRP en albumine. De referentiewaarden van het uitvoerende laboratorium zijn daarbij het vertrekpunt.
Voor een zo goed mogelijk vergelijkbare meting gebeurt de bloedafname bij voorkeur ’s ochtends en nuchter, volgens de instructies van de arts of het laboratorium. Meld ook welke supplementen u gebruikt.
Zijn zinksupplementen nuttig?
Bij een aangetoond of sterk vermoed tekort kan een supplement aangewezen zijn. De dosis en behandelingsduur hangen af van de oorzaak en de ernst van het tekort. Soms is ook een controle nodig.
Dat zink noodzakelijk is voor de afweer, betekent niet dat extra zink voor iedereen nodig is. Langdurig hoge dosissen innemen kan schadelijk zijn. Een teveel kan maag-darmklachten veroorzaken en de opname van koper verstoren. Een kopertekort kan vervolgens bloedarmoede en zenuwproblemen veroorzaken.
Zink kan ook de opname van sommige antibiotica verminderen. Neem een zinksupplement daarom niet tegelijk in met een antibioticum, en vraag uw arts of apotheker hoeveel tijd ertussen moet zitten.
De Europese bovengrens voor langdurige totale inname bij volwassenen bedraagt 25 mg zink per dag, voeding en supplementen samen. Dat is een veiligheidsgrens, geen aanbevolen dagelijkse dosis. Een arts kan bij een tekort tijdelijk een andere dosis voorschrijven.
Bespreek aanhoudende klachten met uw huisarts
Heeft u aanhoudende smaakveranderingen, moeilijk genezende wondjes, huidproblemen of haaruitval? Dan bekijken we bij HAP.GENT welke oorzaken mogelijk zijn en of gericht bloedonderzoek zinvol is.
Breng ook uw voedingssupplementen ter sprake. Zo kunnen we beoordelen of u voldoende zink binnenkrijgt én vermijden dat verschillende producten samen een te hoge dosis leveren.